Wat je leert
- Een vijfdelige promptstructuur (subject, action, setting, style, camera) die je elke keer kunt hergebruiken
- Hoe je een vage prompt herschrijft tot een precieze — met voor/na-voorbeelden
- Waarom negatieve aanwijzingen (“geen tekst, geen watermerk”) je resultaat opschonen
- Een één-verandering-per-keer-iteratielus die shots verbetert zonder giswerk
Hoe modellen je prompt lezen
Een text-to-video-model “begrijpt” een verhaal niet zoals een mens — het matcht patronen tussen jouw woorden en geleerde beelden. Hoe concreter je beschrijft wat er in beeld is en hoe de camera zich gedraagt, hoe minder het hoeft te raden. Specifieke zelfstandige naamwoorden, één duidelijke handeling en een benoemde camerabeweging verslaan een berg sfeerbijvoeglijkheden.
Een promptstructuur die werkt
Beschrijf het shot zoals een regisseur dat doet — subject, action, setting, style en camera. Houd het bij één of twee heldere zinnen.
- 1Subject: wie of wat staat in beeld (“een barista”, “een slanke telefoon”).
- 2Action: wat gebeurt er (“giet latte art”, “roteert langzaam op een sokkel”).
- 3Setting: waar (“zonovergoten specialty café”, “minimalistische studio, zachte schaduwen”).
- 4Style: de look (“cinematografisch, geringe scherptediepte, warme grading”).
- 5Camera: de beweging (“langzame push-in”, “orbit”, “statische wide”).
Voor en na
Vaag: “een koffievideo”. Beter: “Close-up van een barista die latte art inschenkt in een witte kop op een houten toonbank, zonovergoten specialty café, cinematografisch, geringe scherptediepte, langzame push-in, geen tekst.” De tweede prompt stuurt onderwerp, setting, belichting, lens en beweging — waardoor het model veel minder hoeft te verzinnen en jij vaker een bruikbaar shot krijgt.
Zeg wat je niet wilt
Negatieve aanwijzingen schonen resultaten op. Voeg “geen tekst, geen watermerk, geen logo’s, geen extra vingers” toe om klassieke AI-artefacten te vermijden. Voor merkveilige output: “generieke verpakking, geen merklogo’s”. Een korte uitsluitingslijst doet vaak meer voor kwaliteit dan nóg een bijvoeglijk naamwoord.
Itereer, specificeer niet te veel
Begin met een gefocuste prompt, genereer, en verander dan steeds één ding — eerst de belichting, dan de camerabeweging, dan de sfeer. Tien bijvoeglijk naamwoorden stapelen maakt het onmogelijk te zien wat echt hielp. Behandel elke generatie als een experiment met één variabele.
Bouw een herbruikbare ‘huisstijl’
Heb je een look die bevalt? Sla het stijlende deel van je prompt op als suffix (bijv. “cinematisch, 4K, zacht natuurlijk licht, geringe scherptediepte”) en hergebruik het in al je clips. Je verandert per shot het onderwerp en de actie, maar de huisstijl houdt een serie visueel consistent — precies wat een kanaal doelgericht doet ogen.
Snelle tips
- Begin met het belangrijkste beeld — modellen wegen het begin van de prompt zwaarder mee.
- Noem de camerabeweging (“langzame pan”, “orbit”, “statief/standbeeld”) om energie en tempo te sturen.
- Hergebruik een ‘huisstijl’-suffix voor een consistente look in elke clip.
- Eén actie per shot — splits “loopt binnen en gaat zitten en praat” op in aparte scènes.
- Houd een swipefile bij van prompts die topshots opleverden; hergebruik en remix ze.
Veelgestelde vragen
Hoe lang moet een prompt zijn?
Eén of twee duidelijke zinnen winnen meestal van een alinea. Wees specifiek, niet lang.
Kan ik dezelfde prompt in verschillende modellen gebruiken?
Ja — in Vivideo kun je één prompt door verschillende modellen laten lopen (Sora, Veo, Kling en meer) en vergelijken.
Waarom negeert mijn video een deel van de prompt?
Modellen geven prioriteit aan het begin en kunnen latere details laten vallen. Zet het kernelement eerder, of splits het uit naar een andere scène.
Werken prompts ook voor image-to-video?
Ja — met een invoerafbeelding stuurt de prompt vooral beweging en camera, niet het onderwerp.
Hoe houd ik een consistent personage over meerdere shots?
Hergebruik dezelfde gedetailleerde onderwerpomschrijving, of gebruik een avatar/referentieafbeelding zodat de look stabiel blijft.